Corona

By | Broers en zussen | 6 Comments

Mijn zus ligt op de IC. Zus heeft Covid-19. Op de IC. Corona. Mijn zus. Ze mantelzorgde voor haar moeder. Moeder werd ziek en toen werd zus ook ziek. 

Toen ze ziek werd, vroeg ik de telefoonnummers van haar zoons. Ik wilde ze graag kunnen bereiken. Want ondanks dat ze mijn zus is, heb ik haar moeder en een van haar kinderen nog nooit ontmoet. Ze kennen mij niet. Ik ken hen niet. Dat is eigenlijk heel raar. Om de naaste familie van je zus niet te kennen.

Zaterdagnacht is ze in slaap gebracht. Ik hoorde het van haar zoons. Mijn zus ligt op de IC. Ik val met haar in slaap en ik denk het eerst aan haar als ik wakker word. Dus ik zei op zondag en maandag, tegen wie vroeg hoe het met mij ging: ‘Mijn zus ligt op de IC.’ Ik dacht er meteen achteraan dat ik moest uitleggen dat ik niet met haar ben opgegroeid. Dat we officieel niet verwant zijn. Dat ze dan wel mijn zus is, maar niet een zus zoals veel andere mensen een zus hebben. Achter deze zus en alle andere broers en zussen schuilt een heel verhaal. Ik slikte het in. Mijn zus ligt op de IC. 

Het is een beetje zoals met mijn biologische vader. Als ik hem ‘mijn vader’ noem, dan vinden veel mensen daar wat van. Een vader, dat is iemand die je snotneus afveegt, die je leert fietsen. Niet iemand die zijn zaakje in een potje inlevert bij de dokter. Ik vind het zelf ook verwarrend want ik had er al een. Een vader. Als ik ‘biologische vader’ zeg, zijn er ook mensen die daar iets vinden. Donorvader, zelfde verhaal. Nou goed, wij zijn dus mensen bij wie familiebanden ter discussie staan. Iedereen mag er iets van vinden. Hem noem ik meestal Gerard. Dat helpt, maar houdt hem ook op afstand, mijn vader. 

Mijn zus ligt op de IC. We maken ons natuurlijk zorgen over haar. Ik vraag haar zoons geregeld via de app hoe het gaat. Het voelt alsof ik geen recht heb. Op haar. Op verdriet en zorg om haar. En toch is ze gewoon mijn zus. Want dit is hoe het in mijn familie nou eenmaal georganiseerd is. En daar heb ik dus niet om gevraagd. Dit is gewoon hoe het is. 

Word maar gauw beter, lief zusje, dan eten we samen taartjes.

De eerste keer

By | Zoektocht | 2 Comments

Google stuurde mij een mail. Wat ik met een extra dag (29 februari) ga doen. Met de suggestie om eens iets ‘voor het eerst’ te gaan doen?

Ik bedacht me dat ik zeer geregeld iets nieuws doe. Zo zat ik vanavond nog, voor het eerst, met twee zussen tegelijk aan de telefoon. Ik deed de afgelopen jaren, voor het eerst, verschillende DNA tests. Ik bouwde stambomen, dat had ik eerder nooit gedaan. Ik belde bij wildvreemde mensen aan of ik belde ze op, voor het eerst, en vroeg ze om een DNA test te doen om te helpen in mijn zoektocht. Ik ging voorheen volslagen vreemde dames mijn zus noemen, en heren mijn broer. Ik zag voor het eerst een foto van mijn vader. Bij de Hema drukte ik hem voor het eerst af. En binnenkort doe ik hem voor het eerst in een lijstje, waar ik nog naar op zoek ben. Ik bedacht voor het eerst hoe ik hem wil noemen (vader? biologische vader? donorvader? Gerard?). Hoeveel eerste keren wil je hebben?

En afgelopen donderdag, aan de vooravond van de verjaardag van mijn (biologische? donor?) vader (Gerard?) bouwde ik mijn kwartierstaat. Van vaders en moeders kant. Met daarin mijn opa’s, oma’s, overgrootouders, betovergrootouders en oudouders. Voor het eerst. En wat voelde dat fijn!

Morgen eet ik een taartje op Gerard. Ik dacht dat hij morgen jarig was, maar ik had me vergist. Dat was, eerlijk waar, ook voor het eerst.

wandelend elftal

Het gekkengetal

By | Food for thought | One Comment

De dag voor mijn 47e verjaardag check ik ’s ochtends even mijn matches op MyHeritage. Iets wat ik sinds kort niet meer dwangmatig meerdere keren per dag doe. Mijn vader heb ik immers gevonden. Dus de urgentie is verdwenen.

Daar stond hij hoor, Martin. Donorkind nummer 9 en van al Gerard’s nazaten nummer 11. Het gekkengetal. Met zestienhonderdnogwat gedeelde centimorgans. Een hele halfbroer.

En we waren (nog) net (niet?) bekomen van de schrik van ‘nummer 10’. Een prachtige, grappige, tikje lange zus die luistert naar de naam Lisette. Lisette was nog een soort ‘eerste keer’. Want Lisette kwam via Fiom. Wat ook wel weer even spannend is. Hun database is immers primair gericht op het matchen van vaders met kinderen.

Mail op vrijdagavond aan vier van ons. De vier die bekend zijn bij Fiom. Er is een zus. Commotie in de ‘handmade’-app. Er komt een zusje bij. We hebben een van ons aangewezen als contactpersoon voor Fiom en toen was het afwachten. Maandag hadden we al contact met haar, en toen begon haar toernee langs alle broers en zussen. Ik nodigde haar net als alle andere broers en zussen uit voor mijn verjaardag. Heerlijk, zo’n grote familie.

Op mijn verjaardag heb ik me trouwens meteen tranen met haar gelachen. Want tjonge, wat is het lekker slechte grappen maken met haar. Heerlijk, van die familietrekjes.

Een andere leuke verrassing is dat er opvallend weinig koffie wordt gedronken in de familie van vaders kant. Lisette vindt koffie vies. Net als ik. En nog een handjevol broers en zussen. Dus toen Martin en ik voor het eerst met elkaar belden vroeg ik hem of hij een keer samen koffie of thee wilde drinken? Martin: ‘Bah, koffie?!’

Dit jaar gingen we in een paar maanden tijd van van zes naar elf. Wat gaat 2020 ons brengen?

Lieve mensen

By | Zoektocht | 4 Comments

Ik heb een rotsvast geloof in het goede in de mens. Noem me naïef, maar dat is eigenlijk altijd zo geweest. Ik schrijf dat toe aan mijn oma Dini, je weet wel, die van de overheerlijke appeltaart. Dat was zo’n lieve zachte vrouw! De zoektocht naar mijn vader heeft me gesterkt in dat vertrouwen. Want ik heb op deze spannende reis ontzettend veel lieve en behulpzame mensen getroffen. 

Andere (volwassen) donorkinderen, die me als geen ander begrijpen en steunen. We richtten met zes van hen de Donor Detectives op (magisch!), met familie-detective Els als steun en toeverlaat. Of het nou om emotionele of praktische ondersteuning gaat, op de gekste momenten van de dag, die club en Els stonden altijd voor me klaar.

Ik heb ook veel praktische zoekhulp gekregen. Van Ivo, mijn briljante zoekengel die, na een uurtje turen, alle namen in mijn tientallen stambomen uit zijn hoofd kende. Van mijn zussen Nicole en Saskia. Nicole en ik vonden samen het snijpunt tussen stambomen van een paar DNA-matches, onze Amsterdamse voorouders Christoffel Korf en Katrina de Buijzer. Dat was het begin van de oplossing van onze puzzel. En Saskia, altijd scherp op nieuwe matches. Van alle broers en zussen, als ik geld nodig had om mensen te testen. Willen jullie me alsjeblieft 25 euro overmaken, dan koop ik een paar testjes? 

Ook wildvreemden waren niet te beroerd mij te woord te staan, te ontvangen of te helpen. Ik heb met veel mensen ‘out of the blue’ contact opgenomen de afgelopen jaren. Zonen van de betrokken artsen, die mij buitengewoon vriendelijk ontvingen. Een met Leo Swaab bevriende gynaecoloog, een stagiair van Coen van Emde Boas… Overal ging ik langs, al of niet gewapend met oma’s appeltaart. Iedereen was eigenlijk gewoon altijd even vriendelijk en begripvol.

Mensen die mij nooit ontmoet hebben, hebben mij de namen van hun ouders, grootouders of overgrootouders verstrekt. Amerikaanse matches die mij hielpen zoeken naar Nederlandse voorouders in hun boom. René, Corina en Martijn, die wel voor me wilden testen. Martijn staat hierboven met mij op de foto. Hij is mijn oudste broer en wettig kind van Gerard.

Een paar jaar geleden kende ik al deze mensen niet. En allemaal hebben ze een rol gespeeld in mijn zoektocht. Zijn ze een stukje van mijn puzzel. Belangeloos. Liefdevol. Geweldig.

Maar de allerliefsten, dat zijn natuurlijk de mensen om me heen. Ik heb het ze niet altijd makkelijk gemaakt in al mijn vastberadenheid (understatement). Ook zij hebben bijna allemaal een testje voor me gedaan. Om mogelijk anderen weer te helpen in hun zoektocht. 

Ik ben een rijk mens. Ik ken mijn wortels. En al die lieve mensen.

Contact

Contact