Ester strikjes

Vertel het je kind!

By | Broers en zussen, Food for thought | No Comments

Het komt steeds vaker voor. Een volwassen donorkind, op zoek naar familie, doet een DNA-test bij een grote internationale databank. Daar deelt hij of zij ergens tussen de grofweg 1200 en de 2000 centimorgan met een wildvreemde. Er staat zoiets bij als ‘tante/nicht of oom/neef, grootouder/kleinkind of half sibling’. Vaak is wel te zien hoe oud je match is en kun je snel concluderen dat het niet je oom of je grootmoeder is. Dan is het dus een ‘halfje’. Koekoek! roepen we dan als donorkinderen in een geheime groep op Facebook tegen elkaar. Wat zoiets betekent als ‘gefeliciteerd met je zusje of broertje!’.

Het eerste contact is een kwestie van voorzichtig aftasten. Is je match ook donorkind? Of misschien wettig kind van de donor, jouw biologische vader? En als het donorkind is, is het daar dan al van op de hoogte?

Als donorkinderen zijn we ons heel bewust van het feit dat we voorzichtig moeten zijn op zo’n moment. Het gebeurt geregeld, dat de nieuwe zus of broer geen idee heeft. Vol ongeloof reageert. In gesprek moet met zijn of haar ouders.

Wat je vaak wel weet als kind, is dat je ouders moeite hadden om kinderen te krijgen. Je bent misschien ook al wat later in hun huwelijk geboren. Je was een wonder en ze zijn zo blij met jou!

Wat je niet weet, is dat je donorkind bent. Je hebt met een test die je waarschijnlijk ‘voor de lol deed’, een zus of broer gevonden. En je ouders hebben je niks over je herkomst verteld, omdat de dokter ze dat vroeger op het hart drukte. Praat er niet over, dat is voor iedereen het beste. Of je ouders wilden het wel vertellen, maar wisten niet hoe. Want hoe je het ook bekijkt, een leugentje ‘om bestwil’ over zoiets wezenlijks als wie je vader is, dat is toch lastig uit te leggen.

Het is zo belangrijk, om als ouders zelf met je kind te praten en het geheim op tafel te gooien. Je wilt niet dat ze dit van een ander horen. Zeker niet van een onbekende. Dus: vertel het je kind!

Podcast: Van Twee Kanten

By | Zoektocht | 2 Comments

Via Els Leijs bereikte me een verzoek van Corine Koole. Zij schrijft voor Volkskrant over de liefde en maakt daar ook een podcast over: Van Twee Kanten. In die podcast interviewt ze een stel, over een heftige gebeurtenis in hun relatie. Ze zocht iemand die op zoek was naar zijn of haar roots.

Ik ken de podcast van Corine, ik luister en lees graag haar verhalen over de liefde, en die interviews zijn behoorlijk intiem. Meije en ik hebben de afgelopen vijf jaar veel met elkaar meegemaakt. Ik vroeg me af: willen we dat op deze manier delen? Het antwoord werd ‘ja’.

Voor mij staat voorop dat ik mijn verhaal blijf vertellen. Zodat andere donor’kinderen’ (of ouders, betrokkenen) zich daarin kunnen herkennen of er hoop uit putten. Toen ik in 2001 hoorde dat ik donorkind ben, was er nog helemaal niks. Maar gelukkig is er nu zoveel te vinden! De geheime groep van Stichting Donorkind, zoekhulp van de Donor Detectives. Er is gelukkig steeds meer openheid over het onderwerp en aandacht voor het recht en volstrekt logische verlangen om je wortels te kennen. Ook de biologische.

Meije is verschrikkelijk lief. Dat kun je in de podcast ook horen. Ik ben blij dat hij mee wilde werken en dat ik het verhaal van mijn zoektocht in deze vorm uit de doeken mocht doen.

Wil je ook je onbekende vader vinden? Stuur me dan via de menuknop bovenaan de pagina een bericht. Dan helpen we je.

Corona

By | Broers en zussen | 6 Comments

Mijn zus ligt op de IC. Zus heeft Covid-19. Op de IC. Corona. Mijn zus. Ze mantelzorgde voor haar moeder. Moeder werd ziek en toen werd zus ook ziek. 

Toen ze ziek werd, vroeg ik de telefoonnummers van haar zoons. Ik wilde ze graag kunnen bereiken. Want ondanks dat ze mijn zus is, heb ik haar moeder en een van haar kinderen nog nooit ontmoet. Ze kennen mij niet. Ik ken hen niet. Dat is eigenlijk heel raar. Om de naaste familie van je zus niet te kennen.

Zaterdagnacht is ze in slaap gebracht. Ik hoorde het van haar zoons. Mijn zus ligt op de IC. Ik val met haar in slaap en ik denk het eerst aan haar als ik wakker word. Dus ik zei op zondag en maandag, tegen wie vroeg hoe het met mij ging: ‘Mijn zus ligt op de IC.’ Ik dacht er meteen achteraan dat ik moest uitleggen dat ik niet met haar ben opgegroeid. Dat we officieel niet verwant zijn. Dat ze dan wel mijn zus is, maar niet een zus zoals veel andere mensen een zus hebben. Achter deze zus en alle andere broers en zussen schuilt een heel verhaal. Ik slikte het in. Mijn zus ligt op de IC. 

Het is een beetje zoals met mijn biologische vader. Als ik hem ‘mijn vader’ noem, dan vinden veel mensen daar wat van. Een vader, dat is iemand die je snotneus afveegt, die je leert fietsen. Niet iemand die zijn zaakje in een potje inlevert bij de dokter. Ik vind het zelf ook verwarrend want ik had er al een. Een vader. Als ik ‘biologische vader’ zeg, zijn er ook mensen die daar iets vinden. Donorvader, zelfde verhaal. Nou goed, wij zijn dus mensen bij wie familiebanden ter discussie staan. Iedereen mag er iets van vinden. Hem noem ik meestal Gerard. Dat helpt, maar houdt hem ook op afstand, mijn vader. 

Mijn zus ligt op de IC. We maken ons natuurlijk zorgen over haar. Ik vraag haar zoons geregeld via de app hoe het gaat. Het voelt alsof ik geen recht heb. Op haar. Op verdriet en zorg om haar. En toch is ze gewoon mijn zus. Want dit is hoe het in mijn familie nou eenmaal georganiseerd is. En daar heb ik dus niet om gevraagd. Dit is gewoon hoe het is. 

Word maar gauw beter, lief zusje, dan eten we samen taartjes.

De eerste keer

By | Zoektocht | 2 Comments

Google stuurde mij een mail. Wat ik met een extra dag (29 februari) ga doen. Met de suggestie om eens iets ‘voor het eerst’ te gaan doen?

Ik bedacht me dat ik zeer geregeld iets nieuws doe. Zo zat ik vanavond nog, voor het eerst, met twee zussen tegelijk aan de telefoon. Ik deed de afgelopen jaren, voor het eerst, verschillende DNA tests. Ik bouwde stambomen, dat had ik eerder nooit gedaan. Ik belde bij wildvreemde mensen aan of ik belde ze op, voor het eerst, en vroeg ze om een DNA test te doen om te helpen in mijn zoektocht. Ik ging voorheen volslagen vreemde dames mijn zus noemen, en heren mijn broer. Ik zag voor het eerst een foto van mijn vader. Bij de Hema drukte ik hem voor het eerst af. En binnenkort doe ik hem voor het eerst in een lijstje, waar ik nog naar op zoek ben. Ik bedacht voor het eerst hoe ik hem wil noemen (vader? biologische vader? donorvader? Gerard?). Hoeveel eerste keren wil je hebben?

En afgelopen donderdag, aan de vooravond van de verjaardag van mijn (biologische? donor?) vader (Gerard?) bouwde ik mijn kwartierstaat. Van vaders en moeders kant. Met daarin mijn opa’s, oma’s, overgrootouders, betovergrootouders en oudouders. Voor het eerst. En wat voelde dat fijn!

Morgen eet ik een taartje op Gerard. Ik dacht dat hij morgen jarig was, maar ik had me vergist. Dat was, eerlijk waar, ook voor het eerst.

Contact

Contact